Kunstenaarsstatuut


'Kunstenaarsstatuut' wordt voor twee los van elkaar staande begrippen gebruikt:

1. Het SOCIAAL KUNSTENAARSSTATUUT uit 2002.
2. De KUNSTENAARSREGELS in de WERKLOOSHEID die GEEN STATUUT vormen:
Elke regel dient apart bewezen te worden en staat los van elkaar.
Ze vormen dus géén geheel of statuut.

Het SOCIAAL Statuut van de Kunstenaar geeft de kunstenaar een aantal 'tools', instrumenten om zijn werk te organiseren.
De kunstenaar kan kiezen welke regels hij wil gebruiken: van het moment dat iemand een artistieke prestatie tegen betaling (en in opdracht) doet, kan hij het Sociaal Statuut gebruiken. Keuze tussen zelfstandigheid of loondienst, werken via een Interimbureau/Sociaal Bureau Kunstenaars, Kleine Vergoedingsregeling, ...
Vanaf 1 januari 2014 zijn er wijzigingen aan de wetgeving. Lees meer, klik Faq SOCIAAL Kunstenaarsstatuut

- Er bestaat GEEN term KUNSTENAARSSTATUUT in de WERKLOOSHEID. Er bestaan WEL afzonderlijke regels voor kunstenaars in de werkloosheidsreglementering, MAAR elke afzonderlijke kunstenaarsregel dient u afzonderlijk te kunnen bewijzen ! Met andere woorden vormen ze geen geheel of artiestenstatuut.
Zo bestaat er een alternatieve manier om het recht op uitkering te bewijzen die gaat kijken naar het verdiende bruto taakloon, de zogenaamde Cachetberekening.
Daarnaast kan de Voordeel- of Neutralisatieregel ervoor zorgen dat men in de eerste vergoedbaarheidsperiode blijft.
De 156-dagen regel beschermt dan weer tegen een niet-artistiek jobaanbod van VDAB.

Lees ook de pdf Q & A ivm de nieuwe regels voor kunstenaars in de werkloosheid
Dit naar aanleiding van de vele vragen en de soms onjuiste of al te vage informatie die door sommigen de wereld wordt ingestuurd, hier een nieuwsbrief gebaseerd o. a. op info van RVA.

Vanaf 1 april 2014 zijn er een aantal wijzigingen aan de regels voor kunstenaars in de werkloosheid:
1. ALLE KUNSTENAARS
Positief is dat na vele jaren discussie (de eerste brief schreef ik samen met NICC in 2006 daarover) we er in geslaagd zijn de regels in de werkloosheid ook van kracht te laten worden voor beeldende kunstenaars. Zie onder meer http://www.acvcultuur.be/nl/informatie/kunstenaarsstatuut/persbericht_kunstenaarsstatuut-714.html). Ook de technici krijgen in de regelgeving Werkloosheid nu een aantal afzonderlijke artikels.
2. CACHETBEREKENING (MB10)
is een alternatieve manier om het recht op uitkering te bewijzen die gaat kijken naar het verdiende brutoloon/cachetloon.
- CACHETLOON =Het loon dat door een werkgever wordt betaald aan de werknemer die een artistieke activiteit heeft verricht ZONDER dat er een rechtstreeks verband is tussen dit cachetloon en het aantal arbeidsuren waaruit deze activiteit bestaat. (Dwz dat men per taak of per prestatie werkte en dat dit uitdrukkelijk vermeld is zowel op de C4 als op de arbeidsovereenkomst (AO).)
- Het bedrag van de cachetberekening wordt opgetrokkenen naar het niveau van het minimum referteloon van 57,73 euro per dag. Vroeger was dit 39,21.
3. VOORDEELREGEL (KB 116§5)
is een regel die - indien men eerst het recht op uitkering bewezen heeft! - ervoor kan zorgen dat de uitkering niet zakt naar het bedrag van de tweede vergoedbaarheidsperiode.
- Uitkering is onderverdeeld in 3 periodes. De eerste periode duurt 12 maand (weliswaar onderverdeeld in 3 subfases met reeds een eerder kleine daling van het bedrag).
- Indien men kan aantonen dat men kunstenaar in hoofdberoep is (of technicus in de sector) en voornamelijk werkt met contracten korter dan 3 maand en minstens 3 dergelijke korte contracten kan voorleggen kan men de Voordeelregel krijgen. Vanaf 1 april 2014 zal de regelgeving veranderen en zal men preciseren wat exact 'in hoofdberoep' is, namelijk 156 dagen.
Het is zo dat de notitie 'in hoofdberoep' wel heel verschillend werd ingevuld afhankelijk van de RVA regio en dat ik verschillen kende tussen
de 4 en 312 dagen...
Men zal bij de eerste maal de VDR aanvragen 156 dagen dienen te bewijzen waarvan er ook 52 niet-artisteke arbeidsdagen mogen zijn.
- De verlenging van de VDR is te bewijzen met 3 contracten korter dan 3 maand.
4. 156-DAGEN REGEL
is dan weer een regel die ervoor kan zorgen dat men niet dient in te gaan op een niet-artistiek jobaanbod van VDAB
5. TERUGKEER naar de eerste vergoedbaarheidsperiode wordt een pak makkelijker namelijk 156 dagen ipv 12 maand (312 arbeidsdagen) bewijzen.
--> Lees meer, klik Faq Kunstenaarsregels in de WERKLOOSHEID

-----
FAQ, Frequently Asked Questions - Veel Gestelde Vragen

Op de FAQ Statuut Kunstenaar pagina vindt u een aantal documenten met uitleg over het Kunstenaarsstatuut, regels in de werkloosheid voor kunstenaars, enz.

-----
Begrip artistieke activiteit

In 2010 deed de Commissie Kunstenaars een poging het begrip artistieke activiteit te omschrijven. Op zich interessante uitgangspunten, maar wanneer deze Commissie oplijst wie wel en wie niet artistiek bezig is, kunnen we vraagtekens plaatsen bij sommige interpretaties:
In de In de oude nota van de Commissie Cultuur staat nog steeds dat bv orkestrator geen artiest zou zijn.
idem voor figurant.
En wat met de functie van DJ? Wat indien een DJ bijvoorbeeld tezelfdertijd ook met enkele musici life optreedt?
idem voor cameraman waarvan de Commissie vindt dat dit nooit een artistieke prestatie is: hoe kadert de Commissie Kunstenaars dit in het licht van prijzen die voor cameravoering worden gegeven op internationale festivals...?
Bij kostuumontwerper is het helemaal vreemd dat dit als NIET-artistiek zou gezien moeten worden.
Hopelijk verschijnt er binnenkort een update van deze nota die rekening houdt met bovenstaande opmerkingen. Voorlopig bestaat enkel deze Nota artistieke activiteit 2010 .
 

-----
Nationale Arbeidsraad, Advies

Op 17 juli werd in de Nationale Arbeidsraad een unaniem advies betreffende het kunstenaarsstatuut goedgekeurd.
Naar aanleiding van dit advies hadden we contacten met verschiillende kabinetten. Een van de resultaten is de reeds gedane aanpassingen in de regels voor kunstenaars in de werkloosheid, zie FAQ nieuwe regels in de werkloosheid voor kunstenaars 2012.
Voor ACV is dit een slechts een begin. Het is zo dat ACV samen met NICC reeds in 2006 de toenmalige bevoegde ministers aanschreven om de feitelijke discriminatie tussen scheppende (beeldende) en uitvoerende (podium) kunstenaars op te heffen. We zijn er nog steeds niet helemaal. We blijven dit verder op de agenda zetten!
In het advies worden voorstellen geformuleerd omtrent:
1. De invoering van een kunstenaarskaart voor de kleine vergoedingsregeling
2. Een uitbreiding van de werkloosheidsreglementering (cachet- en voordeelregel) naar scheppende kunstenaars.
3. Een beperking van de toepassing van artikel 1BIS - overeenkomsten
4. Een versterking van de Commissie Kunstenaars
De sectorale sociale partners en RVA zouden voortaan deel uitmaken van de Commissie. Verder is er een voorstel om drie nieuwe afdelingen op te starten: een normatieve, een administratieve en een klachtendienst. Ook moet volgens de NAR een beroep tegen de beslissingen van de Commissie mogelijk gemaakt worden.
Lees hier het volledige NAR Advies 1810

Zie zeker ook de nieuwe FAQ-fiche over de wijzigingen in het luik Sociaal Statuut vanaf 1 januari 2014, klik aub FAQ SOCIAAL KUNSTENAARSSTATUUT 2014--

Lid worden

Lid worden is makkelijk. Ga naar onze lidpagina daarvoor.