ACV-Transcom CULTUUR
Nieuws & info over een breeeeed cultureel veld
ALGEMEEN: CONTACT / HOME / NIEUWS /
FOCUS: CAO Audiovisueel / CAO Muziek / CAO Podium /
FOCUS:
Hoorzittingen / Kunstendecreet / Links / Pers / Wie zijn we
STATUUT v/d KUNSTENAAR: STATUUT / Cachetberekening / Pensioen&Bijverdienen /
HomeExplosie en implosie, een Nederlandse visie op het orkestenbestel

BIJGELEERD?
We kunnen stellen dat we wel wat geleerd hebben. Verrassend genoeg ook dat we hier in België en Vlaanderen flexibeler werken.
Lees meer, klik KANTTEKENING

 
Explosie en implosie,
een Nederlandse visie op het orkestenbestel, 04.05.2007

Op 4 mei organiseerde het Muziekcentrum Vlaanderen de lezing "Het Orkest als Productiehuis", gegeven door Leo Samama. Hij was vroeger docent muziekwetenschappen en adviseur van de Nederlandse overheid voor het orkestenveld en operabestel. Hij was ook gedelegeerd bestuurder artistieke zaken bij het Concertgebouw en artistiek coördinator Rotterdam en nu directeur van het Nederlands Kamerkoor.

De thesis van Leo Samama
Het hedendaagse symfonieorkest dreigt in de maatschappelijke en politieke discussie zijn relevantie te verliezen, en wat betreft de politieke discussie zelfs buiten spel gezet te worden. Door meer aandacht te besteden aan gemeenschapswerk, dus aan de maatschappelijke inbedding van het orkest in de gemeenschap waarin het functioneert, kan genoemde relevantie tamelijk eenvoudig (terug)gewonnen worden. Het symfonieorkest zit echter ook vastgesnoerd in problematieken met de bonden die haaks staan op artistieke kwaliteit en vrijwel geen ruimte bieden voor samenwerkingsverbanden met organisaties die geen klemmende collectieve arbeidscontracten kennen. Daardoor kunnen tal van spannende en baanbrekende initiatieven slechts met veel geschipper plaatsvinden, en is het voor de orkesten vaak moeilijk om over de heg van de eigen tuin te kijken. Orkesten zouden de moed moeten hebben om op een nieuwe manier de relatie werkgever/werknemer te benaderen en deze in te zetten voor een flexibele relatie tussen de aloude podiumproducties en de voor een gezonde toekomst vereiste grens (eigen tuin) overschrijdende samenwerkingsprojecten. Daartoe dient het instituut van het productiehuis, waarin juist de orkesten het voortouw zouden moeten nemen.

Culturele en politieke relevantie van de sector?
Hoeveel geld wil de overheid nog uitgeven aan kunst, als daar terzelfdertijd een verandering plaatsgrijpt in de samenstelling van de bevolking. Sommige steden zijn vooor 40% niet-autochtone Nederlanders. Die dus geen gebruik maken van hetzelfde culturele aanbod. Wat moet budgettair aan welke bevolkingsgroep besteed worden?
Discussie gaat ook over nieuwe Nederlanders. Hoe maak je van hen Nederlanders? Via de zogenaamde inburgeringscursus zegt men. Dat is onzin. Als je resultaten wil boeken moet je enkel stellen dat de nieuwe inwoner Nederlands moet kennen. Nieuwe inwoners moeten kunnen genieten van wat orkesten aanbieden. Men deed een project met Turkse popartiesten, en maakte interessante bewerkingen van die muziek voor orkest. Het Turks publiek kwam eenmaal naar dit project. Daarna nooit meer. Het orkestrepertoire is echter voor 90% afkomstig uit West-Europa. Het orkest is een vorm die hier werd opgericht.

Muziek is een essentieel cultuurdomein.
Geen onderscheid tussen hoge en lage cultuur: Alle kunst die met muziek te maken heeft is “muziekkunst”. Alle muziek is onderdeel van Cultuur en dient gekoesterd, maar niet geïsoleerd te worden.

Is er nog bestaansrecht?
Internationale studies toonden voldoende aan dat kinderen die in contact komen met muziek op jeugdige leeftijd positieve vaardigheden ontwikkelen.
Wat is de maatschappelijke rol? Opvoedende taak altijd. Taak en plicht van de musici om muziek optimaal tot klinken te brengen. Evengoed moderne klassieke muziek, anders bestaat die muziek niet.

Greep op de werknemers
Er dient voldoende greep op de werknemers/musici te zijn zodat ze de taken uitvoeren waarvoor de werkgever ze betaalt. Daarnaast doen veel musici bijkomende activiteiten. Daar is niets mis mee als de hoofdmissie van de hoofdwerkgever er niet onder lijdt. Zie forfaitaire uren die musici krijgen. “Waarschijnlijk schnabbelen ze dan, of geven ze les. In hoeverre mag u dat als werkgever toelaten. Moeten we daar niet in alle openheid over praten?”

Canonisering
In Nederland is de discussie over de canon hoog opgelaaid. Welke politici, welke boeken, muziek moeten men kennen? Lijstjes van essentialia en canonregels uit Den Haag stelt men gelijk aan cultuur. Maar cultuur is flexibel en verandert voortdurend. Een canon mag niet leiden tot verstarring van het repertoire, noch dogmatisering. “Het is niet zeker dat Mozart of Beethoven belangrijke componisten zijn. Binnen 100 jaar is er voor hen mss geen plaats meer".

Het symfonisch orkest als museum
Het orkest is al bijna een eeuw lang een kwalitatief hoogstaand museum. Maar als de dood van een financiële balans. Men moet in NL 15% eigen inkomsten halen. Dus men is als de dood voor het plannen van een concert met moderne muziek. Dus men programmeert braaf. Te weinig vinger aan de pols van wat er leeft. Daardoor dreigt het orkest zijn relevantie te verliezen.
En is er geen einde aan de rek om nog meer eigen inkomsten te verwerven?

Kunst buiten de politiek
In Nederland wil men kunstorganisaties zoveel mogelijk buiten de politiek. Dus geen klachten rechtstreeks in de Tweede Kamer. Wel een apart loket 'Fonds voor Podiumkunsten' waarin geld wordt gestort dat verdeeld wordt onder de ensembles. Bij klachten, richt u tot het Fonds. Daardoor heeft men ook geen breed debat meer. Dit Fondsconcept zal in meerdere landen in Europa toegepast worden. Politiek beslist enkel nog hoeveel % van het budget naar Fonds gaat.

Moet er nog winst zijn?
In 1987 kwam de 15% eigen-inkomsten-maatregel. Toch zijn in NL orkesten eigenlijk letterlijk verenigingen zonder winstoogmerk. Als er al winst is, moet die weggezet in fondsenpotje (in zelfde verhouding als subsidie die men krijgt). De Minister mag dat op het einde van de subsidieperiode terugvragen. Dus men spoort de orkesten niet aan om winst te maken. Winst maken op cultureel vlak. Als dit leidt tot positief financieel resultaat, moet de politiek toestaan om dit weer te investeren.

CAO problematiek
Volgens de spreker staat een CAO haaks op artistieke kwaliteit en laat het geen ruimte voor samenwerkingen. Kleine ensembles hebben een kleine productiesubsidie en geen musici in vaste dient. Minder regels dus. Hij poneert de tegenstelling “We werken door tot het goed is”, versus “Wij werken door tot het tijd is”. Hij vindt dat een "spannend idee"... Als revolutionaire vernieuwing verkondigt hij dat men in een volgende CAO van diensten naar urentelling gaat.
De spreker vertelt dat hij 228 diensten mag doen met zijn Kamerkoor, maar dat hij er 250 aanbiedt en bijbetaalt “Portemonnee is altijd een gevoelige factor in onderhandelingen met musici” . “Musici willen meestal niet extra repeteren.”
Je sleept de aangenomen musici mee tot ze 65 zijn. In Nederland bestaat er geen mogelijkheid om mensen te ontslaan. Dat kan enkel wegens financiële malversaties of sexual harrasment.. Enkel als men “de hand in de kas of de hand in de broek heeft”, zoals hij het zo plastisch uitdrukte.

Educatieve taken
Intensieve samenwerking met scholen, instellingen voor onderwijs derde leeftijd, enz. Ook eigen publiek kan nood hebben aan educatie. Dient onderdeel te zijn van een maatschappelijk communcatieproces waar ook bvb. bedrijven een behoefte aan hebben.

Productiehuizen & Community service
Via community service kan de relevantie makkelijk teruggewonnen worden. Er ontbreekt directe relatie met publiek. “Het niet aanwezige publiek is net zo belangrijk als de aanwezigen.” Hij pleit voor adviescommissies met vertegenwoordigers van diegenen die we zouden willen bereiken.
Orkesten moeten het voortouw nemen bij instellen productiehuizen met zoveel mogelijk partners binnen hun gemeenschap: musea, toneel en dansgezelschappen, scholen, enz. Ieder behoudt zijn eigenheid, maar er ontstaan synergieën. Betrokkenheid van iedereen in veld is nodig voor inbedding in de maatschappij. Er zijn gewoontepatronen - verstarring - in productie en programma's. Hij geeft het voorbeeld van Birmingham: Men wilde daar de leef- en woonkwaliteit weer verhogen. Onderzoek toonde aan dat mensen weer in de stad wilden wonen als er een groot aanbod was van culturele en sociale activiteiten. Theatergezelschappen richtten adviesclubs op. Daardoor voelden de gemeenschappen zich meer betrokken en zagen ze theater en orkest als iets van hun woongemeenschap.

Explosie ipv implosie
Gebalanceerd pakket en educatieve taken verbinden met inspraak vertegenwoordigers doelgroepen. Daardoor maakt men een bredere rug, binnen stad, provincie, enz. Dan krijgt men politiek meer belang. Aanjager worden van initiatieven; produceren ipv binnenhalen van producties. "Explosie ipv implosie" noemt hij dat. En muziek is een gezonde dagelijkse portie vitamines voor de jeugd.
Hij besluit: We hebben nog steeds onvoldoende door hoe we onze boodschap aan de politiek moeten verkopen.
---
KANTTEKENING
We kunnen stellen dat we wel wat geleerd hebben. Verrassend genoeg ook dat we hier in België en Vlaanderen flexibeler werken. En dat er hier een betere verstandhouding en een pragmatischere werkrelatie bestaat tussen de cultuurvakbonden en werkgevers dan in Nederland.

De spreker is niet op de hoogte van de Arbeidsovereenkomstenwet en de regels omtrent opzegging in België.
Het in Vlaanderen veel geroemde Nederlandse orkestenmodel is niet wat sommigen ervan denken; het wordt door de spreker zelfs veroordeeld als te star.
Hij is verbaasd als hij leert dat Vlaamse orkesten bv. tot 12 dagen na elkaar kunnen werken. Een urentelling ipv diensten kennen de Vlaamse orkesten trouwens al veel langer. En het aantal forfaitaire toebedeelde uren ligt een pak lager in het ontwerp van Arbeidsreglement van de Vlopera (dus er blijft meer arbeidstijd over voor de werkgever) dan in de CAO Nederlandse Orkesten.

Succesvolle opnames, laaiend entoesiast publiek in binnen- en buitenland, volle operazalen en het op de koppen lopen bij groot-scherm acties; dat alles bewijst dat onze Vlaamse instellingen die gerund worden mét vaste werknemers en mét CAO’s best kwaliteit kunnen leveren.

Musici willen niet repeteren? Wij mochten deze week getuige zijn van musici die vroegen - via de vakbond - naar extra repetities omdat er een technisch moeilijk stuk op het programma stond dat onderschat werd door de verantwoordelijken.

De stelling dat enkel orkesten zonder vaste werknemers kwaliteit zouden leveren, verwijzen we naar de vuilbak van de mythes. We wijzen op de perversiteit van dat systeem om enkel te werken met losse medewerkers:
De werkgevers/projectorkesten verschuiven dan de lasten naar een ander potje, dat van de sociale zekerheid. De musicus dient maar in de kalme periodes zien rond te komen van een uitkering. En het eist van de werknemer/freelance-musicus een buitensporige flexibiliteit en beschikbaarheid die volledig gestuurd wordt door een - soms grillige - werkgever. (Zie ‘Banenverlies in de culturele sector’, nieuws.html#banenverliesculturelesector

De spreker schuift uit als hij pleit om van alle musici maar zelfstandigen te maken omdat het Nederlandse opzegsysteem te rigide is. Werknemers veroordelen tot een stelsel waar sociale bescherming zo goed als onbestaande is en waar men zelfs nooit gebruik kan maken van een uitkeringssysteem, is menige brug te ver.

Dhr. Samama heeft een punt om te pleiten orkesten meer deel uit te laten maken van de gemeenschap en o.a. aldus hun relevantie aan te tonen. Dat lijkt wel letterlijk overgenomen uit de “Search for Shining Eyes” studie (groot opgezette studie 1994-2006 over Amerikaanse Orkesten): “Los van artistieke aspiraties, nationaal of internationaal prestige, dient een orkest relevant en ten dienste te staan van de gemeenschap en de mensen waarvan het deel uitmaakt indien het de middelen wil vinden om te overleven.”