ACV-Transcom CULTUUR
Nieuws & info over een breeeeed cultureel veld
ALGEMEEN: CONTACT / HOME / NIEUWS / Sitemap /
FOCUS: MEDIA & CAO's Audiovisuele sector / CAO Muziek / CAO Podium / CAO's Socio-Cultuur/
FOCUS: Gezondheid /
Hoorzittingen / Kunstendecreet / Links / Pers / Wie zijn we /
STATUUT v/d KUNSTENAAR: STATUUT / Cachetberekening / Pensioen&Bijverdienen /
HomeEindeloopbaan 2006

 
Eindeloopbaanregelingen aangepakt, 04.04.2006
Pseudo-brugpensioenen of Canada Dry-systemen zijn regelingen waarbij de werkgever aan zijn ontslagen oudere, niet brugpensioengerechtigde werknemer een aanvullende vergoeding betaalt bovenop de werkloosheidsvergoedingen. De aan een oudere werknemer toegekende aanvullende vergoeding, die bovenop de RVA-uitkering in het kader van tijdskrediet betaald wordt, moet in hetzelfde kader gezien worden.
In de Wet tot uitvoering van het Generatiepact worden deze stelsels geviseerd. Het koninklijk besluit van 22 maart 2006 dat de verdere details en uitvoeringsmodaliteiten vaststelt, werd van kracht op 1 april 2006. Deze bijdrage beperkt zich tot de voornaamste principes van deze nieuwe, complexe regeling.

1 Bijdragen en inhoudingen
Sinds 1 april geven alle bijpassingen bij werkloosheid na uitdiensttreding die geen brugpensioen tot gevolg heeft, voor werknemers vanaf 50 jaar in principe aanleiding tot eenzelfde soort inhoudingen en bijdragen. Ditzelfde regime geldt ook voor de aanvullende vergoedingen betaald bovenop de RVA-uitkeringen aan werknemers vanaf 50 jaar die in het kader van tijdskrediet of loopbaanvermindering hun arbeidsovereenkomst volledig geschorst hebben of verminderd hebben naar een halftijdse betrekking.
Al deze aanvullingen worden onderworpen aan: een bijzondere maandelijkse werkgeversbijdrage van 32,25%; dezelfde inhoudingen zoals bij brugpensioen, met name 3,5% (ten voordele van de RVP) en 3% (ten voordele van de RVA).
Deze bijdrageplicht geldt in principe alleen voor personen die ten vroegste vanaf 1 januari 2006 in een stelsel van vervroegde uittreding zitten.

Indien de aanvullende vergoeding evenwel betaald wordt op basis van een sectoraal akkoord, dan is de sluitingsdatum van dit akkoord cruciaal. Enkel het sectoraal akkoord dat ten vroegste werd gesloten op 1 oktober 2005, is aan de hierboven vermelde inhoudingen en bijdragen onderworpen.

Dateert het akkoord van vóór 1 oktober 2005, dan zijn tot en met 31 december 2006 geen inhoudingen of bijdragen verschuldigd. Vanaf 1 januari 2007 worden deze vergoedingen
onderworpen aan een bijzondere werkgeversbijdrage van:
30% op totaalbedrag voor elke maand < 52 jaar
24% op totaalbedrag voor elke maand 52 < 55 jaar
18% op deel > € 130 voor elke maand 55 < 58 jaar
12% op deel > € 130 voor elke maand 58 < 60 jaar
6% op deel > € 130 voor elke maand 60 jaar < pensioen

2 Werkhervatting
Indien de aanvullende vergoeding nog wordt doorbetaald bij werkhervatting, is ze op dat moment wel weer vrij van inhoudingen en bijdragen. Dit kan enkel wanneer de werkhervatting als loontrekkende of zelfstandige niet gebeurt bij de werkgever die de aanvullende vergoeding rechtstreeks of onrechtstreeks betaalt, of bij een werkgever van dezelfde groep. Bovendien mag de overeenkomst betreffende de toekenning van de aanvullende vergoeding tot 31 december 2007 niet expliciet vermelden dat in geval van werkhervatting de uitbetaling onderbroken wordt. Vanaf 1 januari 2008 moet die overeenkomst net wel expliciet vermelden dat de aanvullende vergoeding doorbetaald zal worden.

Vanaf 1 januari 2007 wordt het bestaande stelsel van Canada Dry nog meer ontmoedigd.
Wanneer de overeenkomst niet aan de vermelde voorwaarden voldoet, worden de bijdrage en inhoudingen verdubbeld tijdens de periode van inactiviteit. Tijdens de periode van werkhervatting wordt de werkgeversbijdrage verdubbeld, de werknemer is enkel een RVP-inhouding van 7% verschuldigd.
Is er sprake van werkhervatting bij eenzelfde werkgever, dan wordt de aanvullende vergoeding als loon beschouwd, met de bijhorende werkgevers- en werknemersbijdragen.

Voor een werknemer vanaf 50 jaar met halftijds tijdskrediet, worden de bijdragen en inhoudingen ook nog aangepast naargelang er al dan niet een vrijstelling van prestaties wordt verleend en afhankelijk of de werknemer wordt vervangen.

Bron: art 47-53 Wet van 23 december 2005 (Generatiepact, KB 22/03/2006 tot invoering van een speciale patronale sociale zekerheidsbijdrage op sommige aanvullende vergoedingen in het kader van het generatiepact en tot vaststelling van de uitvoeringsregelen van artikel 50 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen. (B.S. 31.03.2006)