"Instellingen geen doos playmobiel"
ACV-Transcom CULTUUR
Nieuws & info over een breeeeed cultureel veld
ALGEMEEN: CONTACT / HOME / NIEUWS / Sitemap /
FOCUS: MEDIA & CAO's Audiovisuele sector / CAO Muziek / CAO Podium / CAO's Socio-Cultuur/
FOCUS: Gezondheid / Hoorzitting 2005 /
Hoorzitting 2010-2011 / Kunstendecreet / Links / Pers / Wie zijn we /
STATUUT v/d KUNSTENAAR: STATUUT / Cachetberekening / Pensioen&Bijverdienen /
HomeCAO Muziek

CAO Muziek

Maandlonen 2011

Dienstvergoedingen 2011

Maandlonen, vanaf 1 oktober 2010

Dienstvergoedingen vanaf 1 oktober 2010

Dienstvergoedingen
2008-10

Barema 01.10.2008

CAO aanpassing 07.07.2006

Barema 01.11.2006

Update CAO Muziek 2004

CAO aanvulling 2000

CAO muziek 1999

 
Alle CAO's en barema's van PC 304, klik deze LINK aub.
Maandlonen 2011

Dienstvergoedingen 2011


Weddeschalen artikel 7, §2, oktober 2008, Voor de werknemers die per dienst worden aangeworven:
Dienstvergoedingen 2008-10
Back to top
CAO aanpassing 07.07.2006
Update CAO Muziek 2004
De sociale partners voerden een aantal wijzigingen door in de CAO Muziek. Een eerste aanpassing onder artikel 7, §1 bepaalt dat werknemers enkel vergoed kunnen worden door een dienstvergoeding of door middel van een maandloon.

Artikel 8, §2 regelt de wettelijke tussenkomst van de werkgever in de vervoersonkosten voor werknemers die per dienst worden aangeworven. Indien ingevolge de beperkte duur van de arbeidsovereenkomst geen treinkaart of abonnement kan worden aangekocht voor de verplaatsing naar de tewerkstellingsplaats, wordt de tussenkomst van de werkgever vastgelegd op 60 % van de prijs van een ticket in tweede klas van het openbaar vervoer.
Back tot top

Paritair Comité voor het vermakelijkheids-bedrijf
Collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juli 1999
(Algemeen bindend verklaard 22.05.2000)

Loon en arbeidsvoorwaarden voor musici.

Artikel 1.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op werkgevers die musici en/of zangers rechtstreeks of via een tussenpersoon in dienst nemen en op hun werknemers, die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf.

Voor ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit valt onder de werkingssfeer van een ander Paritair Comité, gelden enkel de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereen-komst die betrekking hebben op de musici en de zangers.

Ze is niet van toepassing op ondernemingen die vallen onder het toepassingsgebied van de Collectieve Arbeidsovereenkomst Podiumkunsten afgesloten op 19 januari 1999 en geregistreerd bij het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid onder het nummer 50362/CO. Zij is bovendien niet van toepassing op ondernemingen die gesubsidieerd worden door de Franse Gemeenschap in de sector van de dramatische kunst, noch op de Koninklijke Opera van Wallonië.

Onder 'werknemers' wordt verstaan: de mannelijke en vrouwelijke arbeiders en bedienden.

Artikel 2.
De bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst stellen de algemene regelen vast welke van toepassing zijn op al de werknemers en beogen slechts minimumvoorwaar-den te bepalen, terwijl aan de partijen de vrijheid wordt gelaten gunstiger voorwaarden overeen te komen.

Zij mogen geen afbreuk doen aan de bepalingen welke voor de werknemers gunstiger zijn, daar waar dergelijke toestand bestaat.

Artikel 3.
In principe worden twee soorten aanwervingcontracten toegepast: de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur en de arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur. De arbeidsovereenkomst voor een bepaald werk zal slechts gebruikt worden voor werken van artistieke auteurs (scenografie, compositie,....)

Artikel 4.
De betaling van het loon zal ten laatste gebeuren op de zevende kalenderdag of de vierde werkdag volgend op de laatste werkdag van elke maand waarin prestaties werden geleverd.

Voor de arbeidsovereenkomsten van minder dan een maand gebeurt de betaling uiterlijk de eerste betaaldag, vastgesteld overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, die volgt op de datum waarop de dienstbetrekking eindigt.

Artikel 5.
Wanneer een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur overeenstemt met de duur van een seizoen, dan wordt uiterlijk op 1 april van het lopende seizoen aan de werknemer meegedeeld of de overeenkomst al dan niet vernieuwd wordt. Wordt dit niet meegedeeld, dan loopt de arbeidsovereenkomst automatisch af na de overeengekomen termijn.

Artikel 6.
Om problemen te vermijden bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst is het aangewezen dat de werknemer, vóór de ondertekening van de arbeidsovereenkomst, de werkgever op de hoogte stelt van alle verbintenissen met derden op het gebied van tewerkstelling, die een correcte uitvoering van de arbeidsovereenkomst kan verhinderen.

Er kunnen enkel andere prestaties worden opgedragen dan deze vermeld in de arbeidsovereenkomst, indien zij verenigbaar zijn met de beroepsbekwaamheden van de werknemer en voor zover deze wijziging hem geen materieel of moreel nadeel berokkent.

Een werknemer die al met een arbeidsovereenkomst in dienst is, moet schriftelijk toestemming krijgen van de werkgever voor alle eventuele verbintenissen die hij met derden wil aangaan op het gebied van tewerkstelling die onverenigbaar zijn met de overeengekomen arbeidstijden.

Artikel 7.
§ 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst legt de minimum weddenschalen vast voor de werknemers die per dienst worden aangeworven en voor de werknemers die worden aangeworven met een maandloon.
Werknemers die in een periode van drie maand minder dan 54 dagen arbeidsprestaties leveren, kunnen worden aangeworven per dienst voorzover er in deze periode niet meer dan 4 opeenvolgende weken gepresteerd worden. Wanneer binnen een periode van 3 maanden meer dan 54 dagen gepresteerd worden of wanneer minstens 4 opeenvolgende weken prestaties geleverd worden, worden zij automatisch aangeworven met een maandloon. Het spreekt voor zich dat de contractanten vrij zijn hogere barema's te voorzien.

§ 2 Voor de werknemers die per dienst worden aangeworven, gelden de barema's die voorzien zijn in bijlage 1. De barema's betreffen het loon voor één dienst. Een dienst is een aaneengesloten periode van 3 uur en 30 minuten voor een repetitie of een uitvoering, met inbegrip van een verplichte pauze van 30 minuten. Bij de betaling van het loon wordt ervan uitgegaan dat elke eerste begonnen dienst telt voor minstens een dienst.

§ 3 Voor de werknemers die, overeenkomstig § 1 van dit artikel, worden aangeworven met een maandloon, gelden de barema’s van bijlage 2.

Het spreekt voor zich dat de contractanten vrij zijn hogere barema's te voorzien.
1. Loongroep A
Musici, zangers en andere podiumartiesten, met uitzondering van de zangers vermeld bij loongroep C+.
Ontwerpers
2. Loongroep B
1. Technisch verantwoordelijke: is verantwoordelijk voor het praktische verloop van de muziekuitvoering op technisch gebied
2. Administratief personeel voor coördinatie van administratieve opdrachten met eindverantwoordelijkheid
3. Loongroep C
Administratief personeel met uitvoerende taak
Technici
4. Loongroep C+
1. De werknemers genoemd in loongroep C met een specifieke opleiding
2. De werknemers genoemd in loongroep C met minimum 4 jaar anciënniteit, die omwille van hun bekwaamheid kunnen gelijkgesteld worden met deze van loongroep C+1
3. Koorzangers, d.w.z. zangers die in de muziekuitvoering een ondersteunende of collectieve functie hebben
5. Loongroep D
Onderhoudspersoneel
Portiers
Zaalpersoneel

Voor een onvolledige maand werk door werknemers die zijn aangeworven met een maandloon, wordt iedere werkdag voor 1/21ste van het maandloon bezoldigd.

§4 Inschaling in de barema's
Voor de inschaling in de barema's zoals voorzien voor de arbeidsovereenkomsten van onbepaalde en bepaalde duur wordt anciënniteit verworven in organisaties uit de sector van de professionele muziek of in vergelijkbare organisaties en opgebouwd op basis van arbeidsovereenkomsten van onbepaalde en bepaalde duur. De arbeidsprestaties geleverd in eenzelfde beroepskwalificatie buiten de sector van de professionele muziek, in welkdanig statuut ook, komen eveneens in aanmerking voor de anciënniteitsbepaling.

Arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur, gesloten binnen het tijdsbestek van 1 seizoen, die samengeteld de duur van 3 maanden niet overschrijden, gelden voor hun effectieve duur voor de bepaling van de anciënniteit.

Arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur, afgesloten binnen het tijdsbestek van 1 seizoen, die samengeteld minimaal 3 maanden en maximaal 6 maanden bedragen, worden beschouwd als een arbeidsovereenkomst van 6 maanden voor de bepaling van de anciënniteit.

Arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur, afgesloten binnen het tijdsbestek van 1 seizoen, die samengeteld minimaal 6 maanden en maximaal 12 maanden bedragen, worden beschouwd als een arbeidsovereenkomst van 1 jaar voor de bepaling van de anciënniteit.

Voor het technisch en administratief personeel wordt de bewezen nuttige beroepservaring, verworven in loondienst of in een zelfstandig statuut, in aanmerking genomen voor het bepalen van de anciënniteit.

§5 De weddeschaal C geldt als minimale schaal voor de werknemers van de categorie A van organisaties die gesubsidieerd worden door één van de drie Gemeenschappen in België en waarvan de totaliteit van de subsidies en overheidsinkomsten niet meer bedraagt dan 10 miljoen BEF op jaarbasis. De weddeschaal D geldt dan als minimale schaal voor alle andere werknemers van deze organisaties. Dit bedrag wordt gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer zoals bepaald in artikel 1.

Artikel 8
§1 De werknemer die voor het gezelschap op reis gaat in België zal hiervoor een forfaitaire onkostenvergoeding ontvangen.
Deze vergoeding betreft kosten eigen aan de werkgever. De vergoeding bedraagt 475 BEF per maaltijd. De vergoeding is slechts verschuldigd wanneer de reisvoorstelling volledig de normale etenstijd bevat.
Onder normale etenstijd wordt verstaan:
Lunch: tussen 12 en 14 uur
Diner: tussen 18 en 20 uur
De vergoeding is uitkoopbaar met een evenwaardige maaltijd.
Deze bedragen worden gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer zoals in artikel 10 bepaald is.

§2 Verplaatsingen naar de tewerkstellingsstandplaats zijn voor rekening van de werknemer, met inachtneming van de wettelijke tussenkomst van de werkgever dienaangaande. Voor de werknemers die per dienst worden aangeworven, betaalt de werkgever de wettelijke tussenkomst ongeacht de vervoerwijze. Uitgezonderd schriftelijke toestemming van de werkgever, dient voor de verplaatsingen van de tewerkstellingsstand-plaats naar de werkplaats het vervoermiddel van de werkgever te worden gebruikt. Voor een rondreis in het buitenland, mag reizen per vliegtuig of per schip niet worden geweigerd.

§3 Het vervoer van zware of grote instrumenten zal het voorwerp uitmaken van een regeling binnen de onderneming of van de arbeidsovereenkomst.

§4 Overnachtingsmodaliteiten bij reisvoorstellingen in het buitenland:
Er wordt door de werkgever een hotel voorzien dat voldoende comfortabel is, ontbijt inbegrepen. Er kunnen afwijkingen worden toegestaan op dit principe op vraag van de werknemer.

§5 Verblijven (séjours), overnachtingen en arbeidsomstandig-heden buiten België, zullen telkens het voorwerp uitmaken van een specifiek overleg tussen werkgever en werknemer. Hierbij kunnen de tarieven die gelden voor dienstreizen in opdracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken als referentie dienen.

Artikel 9
Indien een verblijf (séjour) wordt uitbetaald of indien voor een overeenkomstige maaltijd wordt gezorgd, wordt automatisch een rustpauze van telkens één uur voorzien. Deze rusttijd wordt niet als werktijd beschouwd en als dusdanig niet in rekening gebracht bij de berekening van de totale arbeidsduur van die dag.

Artikel 10
Alle lonen, wedden, barema's en vergoedingen vermeld in deze collectieve arbeidsovereenkomst worden gekoppeld aan de schommelingen van de index der consumptiegoederen, overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 tot organisatie van een stelsel waarbij bepaalde uitgaven in de openbare sector worden gekoppeld aan de index der consumptiegoederen van het Koninkrijk of aan iedere andere bepaling die dit indexeringsstelsel zou wijzigen. Alle bedragen vermeld in deze collectieve arbeidsovereenkomst staan tegenover het spilindexcijfer 103,14 (basis 1996), vereffening aan 100 pct.

De indexberekeningen van de lonen en van de vergoedingen worden berekend tot 1 cijfer na de decimaal en afgerond tot op de hogere frank voorzover het decimale cijfer gelijk is aan of groter is dan 5. Zoniet wordt het decimaal cijfer verwaarloosd. De uurlonen worden telkens berekend door de geïndexeerde maandbedragen te delen door de coëfficiënt 164,667 (basis 38 uren per week).

Artikel 11
§1 Arbeidsduur
- De normale werkweek telt 38 uur
- De normale werkdag telt 8 uren. de tijd om te eten niet meegerekend
§2 Wekelijkse rustdag
- De wekelijkse rustdag kan worden uitgesteld tot op een te bepalen andere dag van de volgende week
- Valt een wettelijke feestdag op een rustdag, dan zal de wettelijke feestdag op een andere dag worden toegekend
- Indien de werknemers tijdens buitenlandse tournees een vrije dag hebben, dan wordt die vrije dag als rustdag erkend
§3 Publicatie van de uurregelingen
Voor het werk met variabele uurregeling, wordt de uurregeling een week op voorhand meegedeeld. Een aanpassing van de meegedeelde uurregeling is slechts mogelijk in de uitzonderlijke gevallen zoals vastgelegd en volgens de modaliteiten bepaald in het arbeidsreglement.

Artikel 12
De jaarlijkse vakantieperiode(s) voor het vast personeel wordt (worden) uiterlijk op 15 december bepaald tussen de werkgever en de werknemers. In overeenkomst met de werknemers kan een afwijking worden toegestaan.
Behalve in het geval van een andersluidend verzoek van de betrokkene heeft elke voor onbepaalde duur aangeworven werknemer jaarlijks recht op een ononderbroken betaald verlof van minstens 2 weken.

Artikel 13
Met uitzondering van een korte opname van minder dan drie minuten bestemd voor de publiciteit van een spektakel, zal een regeling aangaande de vergoeding voor iedere opname het voorwerp uitmaken van een specifieke en gedetailleerde collectieve arbeidsovereenkomst, volgens de wet op de nevenrechten.

Artikel 14
De werkgever waakt erover dat de persoonlijke bezittingen zoals kleding. geldbeugel enz. tegen diefstal beschermd worden.
De werknemer is verplicht zorg te dragen voor de kleding en het materiaal dat hem wordt toevertrouwd. De werkgever levert en onderhoudt de werkkledij die door de wet op het welzijn op het werk is opgelegd. De verplichte werkkledij moet effectief gedragen worden.
Voor werknemers in de variété die opgelegde themakledij moeten dragen tijdens een voorstelling, stelt de werkgever deze kledij ter beschikking.

Artikel 15
De werknemers hebben het recht op de werkzetel een syndicale vergadering te houden, in zover dat dit het normale verloop van het werk niet schaadt.

Artikel 16
Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 29.5.1968, gesloten in het nationaal paritair comité voor de vaste vermaakgelegenheden, tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de musici tewerkgesteld in ondernemingen die onder dit comité ressorteren., algemeen verbindend verklaard bij Koninklijk Besluit van 12.9.1968 (BS 23.10.1968)

Artikel 17
Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 juli 1999 en geldt voor onbepaalde duur. Voor het Filharmonisch Orkest van Luik treedt zij in werking uiterlijk op 31 december 2000. Zij kan worden opgezegd door elk van de ondertekenende partijen, middels een aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van het paritair comité voor het vermakelijkheidsbedrijf en met een opzegtermijn van 6 maanden. Partijen komen uitdrukkelijk overeen om deze collectieve arbeidsovereenkomst in de loop van het jaar 2000 te onderwerpen aan een grondige evaluatie. Deze evaluatie kan aanleiding geven tot wijzigingen aan de tekst, zonder dat hij moet worden opgezegd.
Back tot top

Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf
Collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2000


Wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juli 1999 tot vaststelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden voor musici.

Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op werkgevers die musici en/of zangers rechtstreeks of via een tussenpersoon in dienst nemen en op hun werknemers, die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf.

Voor de ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit valt onder de werkingssfeer van een ander paritair comité en die rechtstreeks of via tussenpersonen musici en/of zangers in dienst nemen, gelden enkel de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst die betrekking hebben op de podiumartiesten.

Ze is niet van toepassing op ondernemingen die vallen onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst podiumkunsten, gesloten op 19 januari 1999 en geregistreerd bij het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid onder het nummer 0362/CO/304.
Zij is bovendien niet van toepassing op ondernemingen die gesubsidieerd worden door de Franse Gemeenschap in de sector van de dramatische kunst, noch op de Koninklijke Opera van Wallonië.

Onder "werknemers" wordt verstaan : de mannelijke en vrouwelijke arbeiders en bedienden.

Art. 2. Artikel 7 §2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juli 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf, tot vast stelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden, wordt vervangen door de volgende bepalingen:

“Art. 7 §2 Voor de werknemers die per dienst worden aangeworven, gelden de barema's die voorzien zijn in bijlage 1. De barema's betreffen het loon voor één dienst. Een dienst is een aaneengesloten periode van 3 uur en 30 minuten voor een repetitie of een uitvoering, met inbegrip van een verplichte pauze van 30 minuten. Bij de betaling van het loon wordt ervan uitgegaan dat elke eerste begonnen dienst telt voor minstens één dienst.

Wanneer twee repetities op één dag plaatsvinden, wordt de tweede dienst als een volledige dienst vergoed van zodra hij twee uur bedraagt. Wanneer een tweede dienst geen twee uur bedraagt, wordt hij proportioneel berekend a rato van 600 BEF per uur voor musici, zangers en andere podiumartiesten en van 540 BEF per uur voor koorzangers (bedragen geïndexeerd op 01/09/2000)”

Art. 3. Artikel 12 van dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst, wordt vervangen door de volgende bepalingen:

“Artikel 12 De jaarlijkse vakantieperiode(s) wordt (worden) uiterlijk op 15 december bepaald in overleg
tussen de werkgevers en de werknemers. In overeenkomst met de werknemers kan een afwijking worden toegestaan.

Behalve in het geval van een andersluidend verzoek van de betrokkene heeft elke werknemer jaarlijks recht op een ononderbroken betaald verlof van minstens 2 weken voor zover hij recht heeft op minstens 2 weken betaald verlof, in de mate dat de arbeidsovereenkomst de normale vakantieperiode zoals bepaald in §1 omvat.”

Art. 4. Behoudens artikel 3, dat in werking treedt op 1 januari 2001 en ophoudt van kracht te zijn op 31 december 2001, treedt deze collectieve arbeidsovereenkomst in werking op dezelfde dag als de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juli 1999, die zij wijzigt en heeft dezelfde geldigheidsduur.
Back to top

Meer info:
ACV-Transcom CULTUUR 
Servaas Le Compte, Algemeen Sectorverantwoordelijke
:: Bureau Antwerpen Entrepotplaats 14, 2000 Antwerpen
    Bureau Brussel Galerij Agora, Grasmarkt 105, 1000 Brussel
::: Gsm 0470 130 600
:::: Site: http://www.statuutvandekunstenaar.be
               http://www.acvcultuur.be
::::: Contactformulier http://www.acvcultuur.be/info.html

Back to top


Indien je aanvullende informatie wenst, klik dan op CONTACT.